Anticipeer op verbreding en opschaling van het experiment.

Een experiment heeft per definitie een tijdelijke status en is eindig. In de meeste gevallen van de projectenpraktijk zien we dat, wanneer het experiment afgerond is, de lessen en ervaringen onvoldoende doorwerken. Van de projectsetting naar andere settingen, binnen of buiten de eigen organisatie, maar vaak ook in de eigen context: na een bepaalde periode is iedereen alweer vergeten welke lessen er zijn opgedaan en wordt het steeds moeilijker aan te geven waar de meerwaarde van de innovatie precies in gevonden moet worden.

Binnen transitiemanagment zien we als onderdeel van de oorzaak een gebrek aan visie en actie ten aanzien van de oriëntatie op de verbreding en opschaling van projecten en experimenten. Met andere woorden, er wordt binnen het project te weinig gereflecteerd op de impact die het experiment kan hebben op andere contexten en op langere termijnen. Er wordt wel ‘verdiept’ en geleerd in de eigen context tijdens de experimenteerperiode, maar er treedt geen verduurzaming op van de geleerde lessen en de ervaringen. Om de ambitie om bij te dragen aan een maatschappelijke opgave te kunnen verwezenlijken is de oriëntatie op duurzaamheid van onschatbaar belang. De aanpak die aan deze ambitie beantwoordt stelt voor om niet alleen te verdiepen, maar ook te trachten te verbreden en zelfs op te schalen met het experiment. Hierbij is de monitoringsmatrix een belangrijk hulpmiddel omdat deze helpt bij het definiëren van de doelstellingen ten aanzien van die activiteiten.

Het Transitie-instituut DRIFT heeft veel kennis en praktijkervaring voortgebracht ten aanzien van de verduurzaming van innovatie-experimenten. Veel van deze kennis is verwerkt in verschillende onderdelen van het Transitieprogramma. Op haar beurt is het Transitieprogramma een belangrijke kennis en ervaringsbron geweest voor de Transitiemanagment-theorie. Dit zien we terug in verschillende publicaties en proefschriften, zoals dat van Suzanne van den Bosch.